3 juli 2026 3 min leestijd
1×230V, 3×230V of 3×400V — welke aansluiting heb je nodig?
Het verschil tussen mono- en driefasige aansluitingen op de werf, en hoe je in 30 seconden checkt wat jij hebt.
Elektriciteit op de werf: het klinkt technischer dan het is. Toch is het de eerste vraag die we stellen bij elke verhuur — want de aansluiting bepaalt welk vermogen we kunnen leveren.
De drie types op een rij
- 1×230V (monofasig) — het gewone stopcontact. Beperkt in vermogen: geschikt voor onze lichtste toestellen en kleine circuits.
- 3×230V (driefasig, 230V tussen de fasen) — veel voorkomend in oudere aansluitingen en werfkasten in Vlaanderen. Hierop draaien onze 6 en 9 kW-ketels perfect.
- 3×400V + nulgeleider (driefasig) — de moderne standaard bij nieuwbouw. Nodig voor onze zwaardere toestellen (13 en 21 kW).
Hoe check je wat jij hebt?
- Kijk in je zekeringkast: zie je één hoofdautomaat met 2 polen, dan heb je monofasig. Vier polen wijst op driefasig.
- Werfkast? Op de meeste werfkasten staat het type vermeld; rode CEE-stekkers (5 pinnen) wijzen op 3×400V, blauwe op 230V.
- Twijfel? Stuur ons een foto van je zekeringkast of werfkast — wij herkennen het meteen.
Waarom dit belangrijk is
Een 13 kW-ketel op een monofasige aansluiting zetten gaat gewoon niet: de zekering vliegt eruit. Daarom vragen we het bij elke offerte-aanvraag, en brengen we altijd het toestel mee dat op jouw aansluiting past — met de juiste stekker en verlengkabel.
Zo staat de ketel bij plaatsing meteen te draaien, zonder verrassingen.